In de Nationale Visie en Strategie is afgesproken dat we samen toewerken naar een gezondheidsinformatiestelsel met landelijke databeschikbaarheid. Daar komt nogal wat bij kijken. Om dit voor elkaar te krijgen, heb je landelijke voorzieningen met generieke functies en afsprakenstelsels nodig. Het klinkt misschien technisch ingewikkeld, maar volgens themahouder Jeroen van der Meulen vormt het juist het fundament waarop betere samenwerking in de zorg kan worden gebouwd. Hij verdiept zich al jaren in dit thema bij GERRIT en vertelt wat het inhoudt, waarom het belangrijk is en hoe het thema hem als themahouder raakt.
‘Generieke functies en afsprakenstelsels’: een hele mond vol. Vertel: wat houdt dit thema precies in?
“Om landelijke databeschikbaarheid voor elkaar te krijgen, heb je landelijke voorzieningen met generieke functies en afsprakenstelsels nodig. Daarmee leg je onder andere vast hoe gegevens veilig en eenduidig worden gedeeld en hoe we elkaar kunnen vertrouwen. Denk bijvoorbeeld aan het LSP-AORTA, Nuts, MedMij en Koppeltaal. Zonder zulke afsprakenstelsels is samenwerking onmogelijk. Om een versnippering van vertrouwensafspraken tegen te gaan is door VWS gekozen voor het Twiin afsprakenstelsel als Landelijk Vertrouwensstel (LVS): één centrale plek voor het vastleggen van vertrouwensafspraken.”
Waarom is dit een belangrijk thema op de agenda van GERRIT?
“Wil je ervoor zorgen dat zorgverleners goed kunnen samenwerken om optimaal zorg te leveren, dan moet de juiste informatie beschikbaar zijn op het juiste moment. Daarom is dit thema eigenlijk het fundament van alle andere thema’s bij GERRIT; hoe beter het fundament staat, des te sterker en innovatiever we samen verder kunnen bouwen.”
Waarom ben jij de themahouder van dit onderwerp, hoe raakt het jou?
“Ik kwam er tijdens de projecten die ik deed in het ziekenhuis achter dat de basis niet op orde was en dat we telkens het wiel opnieuw aan het uitvinden waren. We moesten naar een solide basis. Het eerste voorbeeld dat ik tegenkwam, was met een radiologieproject waarbij we beelden gingen uitwisselen: de ene instelling noemde een foto van de linker knie een ‘foto knie links’ en de ander ‘foto links knie’. Dat lijkt misschien een klein verschil, maar zorgt ervoor dat systemen elkaar niet begrijpen.
Het werd me duidelijk hoe belangrijk eenheid van taal is: als je het over een rode appel hebt, bedoel je dan wel beide dezelfde rode appel? En wie bepaalt wat de juiste interpretatie is? En hoe meer instellingen er samenwerken, hoe groter dit probleem wordt. Wil je ervoor zorgen dat een zorgverlener de juiste informatie op het juiste moment heeft, dan moeten er duidelijke afspraken worden gemaakt.
Het gaat tenslotte om gigantisch gevoelige gegevens, dus alles draait om vertrouwen. Niet alleen tussen de burger en de zorgverlener, maar ook tussen de zorgverleners onderling. Het is dan ook belangrijk omte weten:
- wie er inlogt (identificatie);
- dat je bent wie je zegt dat je bent (authenticatie);
- dat de burger akkoord is met het delen van medische gegevens (toestemming);
- dat bekent is welke gegevens je mag zien (autorisatie);
- waar deze gegevens te vinden zijn (localisatie) en
- wat het digitale adres is waar de gegevens staan of naar toe moeten (adressering).
Daarvoor zijn generieke functies nodig, dit om te voorkomen dat iedereen een eigen wiel uitvindt Het gebruik van deze generieke functies wordt vervolgens vastgelegd in de diverse afsprakenstelselsen straks in het LVS.”
Hoe filter jij de informatie voor GERRIT? Wanneer denk jij: hier moeten we iets mee?
“Deels vraag gestuurd, aan de hand van vraagstukken en projecten waar we mee bezig zijn bij GERRIT, vraagstukken die vanuit andere thema’s komen, wat er besproken wordt tijdens het Regionaal Architecten Overleg. En soms zie je iets langskomen en zegt je onderbuikgevoel: dit is een belangrijke ontwikkeling, hier moeten we iets mee.”
Wie zijn belangrijk om mee samen te werken in dit thema?
“Naast het Regionaal Architectenoverleg zijn bijvoorbeeld ook het RIVO en de KVR heel belangrijk, want daar moet het allemaal goed op de bestuurdersagenda komen. Zoals gezegd: dit zijn over het algemeen de niet-sexy dingen. Maar ze zijn wel nodig om de sexy dingen te laten vliegen: de basis moet op orde. Ik vind het dan ook juist leuk om te zoeken naar: onder welk sexy onderwerp kun je dit vooruit krijgen?”
Waar staan we nu en wat gaat de komende tijd belangrijk zijn?
“Er komt veel tegelijk op ons af: landelijke wetgeving waar we met elkaar hard aan werken en nu komt de Europese EHDS daar bij. Ik denk dat veel mensen bezig zijn met kijken: wat betekent dit voor mijn organisatie en hoe raakt het waar ik al mee bezig was? De vraag is of het wel realistisch en haalbaar is om het allemaal op tijd voor elkaar te krijgen. Op woensdag 5 november organiseren we een GERRIT Podium met het thema ‘Databeschikbaarheid en EHDS’ waar we dieper inzoomen op dit vraagstuk. Ik ben vooral heel benieuwd: hoe gaan we dit met elkaar goed op de gemeenschappelijke projectenkalenders krijgen?”
Hoe zie je de rol van GERRIT daarin?
“Een belangrijke rol die voor GERRIT is weggelegd, is om zicht te krijgen op het portfolio, samen met het RIVO. Focus aanbrengen en kijken: wat loopt er allemaal, waar is overlap en wat heeft er nu écht prioriteit? We moeten voorkomen dat we heel veel dingen een beetje doen, in plaats van een aantal zaken écht goed afronden. We moeten scherp prioriteren. En kritisch zijn: gaan we alles op tijd voor elkaar krijgen omtrent EHDS, of moeten we duidelijk gaan maken dat het écht niet haalbaar is in deze huidige vorm?”
Wil je nog met iets specifieks afsluiten of een vraag stellen aan de buitenwereld?
“Laten we goed in overleg met elkaar blijven over hoe we dit alles passend gaan maken. We hebben al zoveel plannen en afspraken gemaakt: realiseren we ons wel goed waar we allemaal ‘ja’ tegen hebben gezegd? En past dat wel in de agenda’s van zorginstellingen én leveranciers?
We hebben meer focus nodig, zodat we dingen sneller kunnen afmaken en echt impact maken voor de zorg. Wat mij betreft laten we de CMIO’s en CNIO’s bepalen: waar is de druk het hoogst, waar hebben we behoefte aan? En laat dan de mensen daaronder kijken: hoe kunnen we die dingen gebruiken om een aantal van deze basiszaken op orde te krijgen? Het oplossen van een probleem in het zorgdomein moet leidend zijn. Want uiteindelijk gaat het hierom: de zorgverlener die op het juiste moment de juiste informatie heeft, zodat de burger de juiste zorg krijgt.”
Meer informatie
Een uitgebreide uitleg over ‘Generieke functies en afsprakenstelsels’ vind je hier. Wil je meer informatie over het thema, zie je door de bomen het bos niet meer, of heb je ideeën naar aanleiding van het verhaal van Jeroen? Hij gaat graag met je in gesprek! Neem contact op via jeroen.van.der.meulen@wijzijngerrit.nl.